| Voorzijde kerk met links het Mozeshuis
|
Wie interessante zaken rond de kerk weet, die op deze site zouden moeten staan, of vragen heeft die we via deze site kunnen doorgeven. Aarzel niet. We zijn er gek op onze historische kennis (en die van u als bezoeker van deze pagina) uit te breiden. Reacties graag naar mozeshuis@mozeshuis.nlDe Mozes & AäronkerkHoewel Amsterdamse Franciscanen in 1641 reeds het huis Mozes aan de (Joden)Breestraat verworven - in de tijd dat ook Rembrandt hier woonde - is pas uit 1649 bekend dat hier een Rooms-Katholieke schuilkerk is gevestigd, waar regelmatig de mis werd gevierd. Na de Alteratie van 1578, waarbij de ‘gereformeerden' de macht in Amsterdam overnamen, was het onder anderen katholieken niet toegestaan zelf (herkenbare) kerken te hebben en kwam men bijeen in huizen en pakhuizen, waar gaandeweg allerlei inpandige kerkjes ontstonden. Na het opkopen van verschillende panden naast en achter ‘de Mozes', zoals het ernaast liggende pand ‘Aäron' (in 1680) werd in 1691 een grotere kerk in gebruik genomen. Het middendeel van het altaar en vele beelden in het huidige gebouw herinneren nog aan die schuilkerk. De ingang werd verplaatst naar de Houtgracht, naar de andere kant, waar ook nu de ingang is. Voor zijn verbanning uit Amsterdam woonde de filosoof Spinoza (1632-1677) aan de Houtgracht, mogelijk in een huis dat op de plaats van het huidige kerkgebouw stond. In 1882 werden de Houtgracht en de haaks daarop staande Leprozengracht gedempt en ontstond het Waterlooplein.BuitenHet huidige gebouw, de kerk van de Heilige Antonius van Padua, beter bekend als de Mozes & Aäronkerk werd in de periode 1837/1841 gebouwd naar ontwerp van architect T.F. Suys (1783-1861). Suys geldt als één van de bekendste kerkenbouwers uit de eerste helft van de 19e eeuw. Hij was zowel koninklijk bouwmeester van koning Willem I als (na de afscheiding van België) van koning Leopold I. In Amsterdam herbouwde hij, samen met stadsarchitect J. de Greef, onder meer de Ronde Lutherse kerk aan het Singel na de brand van 1822. Op 26 oktober 1841 werd de huidige kerk ingewijd.De Mozes & Aäron ontleent zijn naam aan de gevelstenen van de huizen, waarachter de vroegere kerkruimte lag. Deze beeldjes van de leiders van het Joodse volk in de bijbel Mozes en Aäron sieren nu de blinde en vlakke achtergevel van de kerk. Deze achtergevel is voorzien van gekoppelde Dorische pilasters van Bentheimer zandsteen, die een driehoekig fronton dragen. Het fronton vertoonde oorspronkelijk een koperen ‘slang van de woestijn' met aan weerszijden beelden van Mozes en Aäron. Slang en beelden vielen in 1895 ten prooi aan het natte klimaat. Daaronder is in een nis een beeld van Melchizedek geplaatst (een voorafbeelding van Christus en ten tijde van aartsvader Abraham koning en priester van Salem = Jeruzalem, vermeld in Genesis) De classicistische voorgevel, eveneens van Bentheimer zandsteen, aan het Waterlooplein heeft een Ionisch zuilenportiek met daarboven een driehoekig fronton. Rondboognissen en Ionische pilasters flankeren het portiek. De Amsterdamse bouwverordening verhinderde dat het zuilenportiek nog meer naar voren sprong, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Zuilenportiek, hoofdgestel en fronton geven dit gedeelte van de gevel het aanzien van een Grieks tempelfront. (Vandaar het grapje over de Mozes & Aäronkerk als ‘de tempel van Suys/Zeus'). Op het fronton staat een beeld van de zegenende Christus en in het timpaan bevindt zich het wapen van de orde der Franciscanen omgeven door eikenloof. Boven de ingang van de kerk een beeld van de heilige Franciscus. Onder het timpaan vinden we de latijnse tekst QUAE FUIT A SAECLIS SUB SIGNO MOYSIS ET AARON STAT SALVATORI RENOVATA ILLUSTRIOR AEDES - (Iets vrij) Vertaald: Wat eeuwenlang stond onder het teken van Mozes en Aäron (Bedoeld zijn de gevelbeeldjes hk), is nu als een nog roemrijker tempel de Verlosser (Christus) toegewijd. In twee zinnen de geschiedenis van de kerk samengevat. Het is tevens een tijdvers waarbij de gouden letters als Romeinse cijfers gelezen kunnen worden. Opgeteld (M=1000 D= 500 C= 100 L= 50 V (of U of Y)= 5 I=1) verschijnt dan het jaar 1842, weliswaar een jaar na inwijding van de nieuwe kerk, maar een kniesoor die daarop let. De twee houten en iets naar achteren geplaatste torens zijn geïnspireerd op de Saint Sulpice in Parijs. De opbouw bestaat uit twee open geledingen met gekoppelde pilasters en Corinthische kapitelen van gietijzer. Oorspronkelijk waren in de eerste geleding uurwerken gedacht, maar vanwege de lichte constructie werd dit niet gerealiseerd. Op de overgang van de eerste naar de tweede geleding stonden oorspronkelijk (houten) beelden van de vier Evangelisten, terwijl de Christusfiguur (steen) op het fronton geflankeerd werd door (houten) beelden van Petrus en Paulus. De laatste houten beelden verdwenen in 1943 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze dreigden uit elkaar te vallen. Al het beeldhouwwerk in voor- en achtergevel werd omstreeks 1850 gemaakt in het atelier van de Antwerpse kunstenaar Joannes Baptiste de Cuyper, waar eveneens de preekstoel en vier beelden van Franciscaner heiligen voor de zijaltaren werden vervaardigd. De kerk geldt als een goed voorbeeld van de Waterstaatsstijl. Sinds 1824 hielden de architecten-ingenieurs van Rijkswaterstaat toezicht op de bouw van openbare gebouwen en kerken of ontwierpen deze zelf. Classicistisch zuilenportiek en fronton waren bij hen geliefde onderdelen. Om de kosten te drukken werd veel gebruik gemaakt van pleisterwerk en beschilderd hout als imitatie van natuursteen zoals marmer, waarmee een rijk en monumentaal effect werd nagestreefd. Ook in de Mozes & Aäronkerk is veel stucwerk en beschilderd hout verwerkt. Het altaar geldt daarvan als een prachtig voorbeeld. Rechts van de voorgevel bevond zich de pastorie, waarin door de destijds beroemde Jacob de Wit (1695-1754) - de meester van de grisailles of ‘Witjes' (de grijs en wit schilderimitaties van beeldhouwwerk) in Amsterdamse grachtenpanden - in de periode 1718/49 ettelijke schilderingen werden aangebracht en talloze kostbaarheden bewaard. Verschillende kostbaarheden en pastoorsportretten worden nu bewaard in Weert in het Gemeentelijk Museum voor Religieuze Kunst 'Jacob van Horne' gevestigd in het vroegere stadhuis tegenover de Martinuskerk. Omwille van de uitbreiding van het Mr Visserplein en de toegangsweg naar de IJ-tunnel werd de pastorie en de doop- en biechtkapel naast de kerk in 1968 gesloopt. Een nieuwe ‘pastorie', nu centrum voor volwasseneneducatie 'het Mozeshuis', verrees in 1969 aan de andere kant van de kerk. Het ontwerp is van architect P.H. van Rhijn en de franciscanen als opdrachtgevers werden hiervoor bekroond met de architectuurprijs 1970 van de Stad Amsterdam. Met de ingang aan de Jodenbreestraat is er in een ander deel van dit gebouw ook een communiteit (klooster) van de franciscanen gevestigd. BinnenContrasterend met de streng classicistische onderdelen van de buitenkant is het barokke interieur van het kerkgebouw. De kerk heeft een rechthoekige plattegrond van ongeveer 23 bij 46 meter en heeft de vorm van een driebeukige hallenkerk. Achter de ingang bevindt zich tegen de muur rechts een marmeren beeld van Antonius van Padua (Karl Dondorf 1923). Links tegen de muur is een 18e eeuws (Rococo) doopvont met marmeren onderstuk opgesteld afkomstig uit de gesloopte doop- en biechtkapel naast de kerk. Het middenschip heeft gestucte en geschilderde houten kruisgewelven, terwijl de zijbeuken kussen-gewelven hebben. De kruisgewelven rusten op vier hardstenen zuilen in de Corinthische orde. De kapitelen daarvan, evenals als die van de muurpilasters, zijn ontleend aan die van het Pantheon te Rome een gebouw dat Suys (winnaar van de prestigieuze Prix de Rome) tijdens het verblijf in die stad uitvoerig had bestudeerd.De rijk gesneden preekstoel (uit het Antwerpse atelier van de Cuyper) is van eikenhout en kostte destijds (1850) Fl. 5000,--. Deze is speciaal voor deze kerk gemaakt en vertoont onder meer een beeld van Mozes en op de vier zijden van de kuip scènes uit het leven van Franciscus van Assisië. De vrouwenfiguren bij de trappen stellen net als de kinderengeltjes rondom deugden voor. V.l.n.r. Geloof, Hoop, Liefde en Boetvaardigheid. Bijzonder indrukwekkend zijn het hoofdaltaar en de zijaltaren. Het hoofdaltaar met Corinthische zuilen van gemarmerd hout, dateert uit circa 1700 en is afkomstig uit de vroegere schuilkerk . Het heeft als thema de tenhemelopneming van Maria. Boven de hemel en stralenkrans zijn Mozes (met de tafelen der wet) en Aäron (als priester met wierookvat) uitgebeeld. Het hoofdaltaar is voorzien van beelden van de vier Evangelisten, medaillons van Apostelen boven en beneden de vier Latijnse kerkvaders: Gregorius, Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus. De laatste medaillons zijn geplaatst boven de deurtjes die opzij en achter het altaar voeren. De zijaltaren werden opnieuw opgetrokken in de geest van het hoofdaltaar. In een nis werd hierbij een tweetal uit de schuilkerk behouden 18e eeuwse beelden van Franciscus en Antonius herplaatst. Daaraan zijn beelden van Franciscaanse heiligen toegevoegd: op het Franciscusaltaar (links) Didacus en Paschalis Baylon , op het Antoniusaltaar Lodewijk van Toulouse en Bonaventura. (Voor een korte levensbeschrijving van hen zie hieronder) De altaren zijn voorzien van schilderingen. Het Franciscusaltaar ‘De extase van Franciscus' werd vroeger toegeschreven aan Annibale Carracci, maar is vermoedelijk een oude (18e eeuwse?) kopie van het werk van Gerard Seghers (1591-1651) dat in het Louvre hangt (foto) In ‘De geschiedenis van Amsterdam' van Wagenaar uit de 18e eeuw wordt hiervan reeds melding gemaakt. Het Antoniusaltaar toont ‘Het sterven van Antonius' van Charles van Beveren (1809-1850). De schildering van het hoofdaltaar stelt de Verrijzenis van Christus voor en is van een onbekende 18e eeuwse meester. Daarachter zaten oorspronkelijk twee schilderijen van Jacob de Wit (1695-1754): De bewening van Christus aan het kruis (1725) en De Boodschap van de engel Gabriël aan Maria of Annunciatie (1732). Afhankelijk van de tijd van het liturgisch jaar konden schilderijen gewisseld worden. Het Mozeshuis heeft deze schilderijen van het hoofdaltaar in 1994 laten restaureren en zelf van passende lijsten voorzien. De prachtige De Wits flankeren sindsdien het orgel. De veertiende gebeeldhouwde kruiswegstaties van Franse kalksteen zijn het laatste grote werk van Pierre Elysée van den Bossche (1849-1921), die onder meer bekend werd door beeldhouwwerk dat hij voor de Gouden Koets vervaardigde. Hij werkte bijna twintig jaar aan deze kruisweg. Voor in de kerk staat het beeld 'Het joodse volk trekt door de Schelfzee', waarop naast Mozes en Aäron ook hun zus Miriam (met tamboerijn) is afgebeeld. Het is in 1986 gemaakt door de Haarlemse kunstenares Anne Höfte, een leerlinge van Mari Andriessen. Het grote orgel (1871/1887) is een ontwerp van Charles Marie Philbert, die werkte naar voorbeelden van zijn vriend, de beroemde Parijse orgelbouwer Aristide Cavaillé Coll. Het is gebouwd door de gebroeders Adema. Het geldt als één van de weinige grote Frans-Romantische orgels van Nederland. Het is in 1994 na een volledige restauratie opnieuw in gebruik genomen. Tekst (aangepast en uitgebreid) oorspronkelijk uit: 'In en om de Lastage' van Dick van der Horst en Martin Pruijs, verschenen ter gelegenheid van Amsterdam Open Monumentendag 1993. Wie meer schilderijen (o.a. van Jacob de Wit) en kostbare liturgische voorwerpen uit de Mozes & Aäronkerk wil zien verwijzen we naar het museum voor (franciscaanse) religieuze kunst 'Jacob van Horne' in Weert. Neem een kijkje op www.museumweert.nl of nog beter, stap eens binnen in dit museum dat in het oude centrum van Weert recht tegenover de Martinuskerk gevestigd is in het oude stadhuis. Tien minuten lopen van het station. Toegang vrij. (aangepast februari 2008 Hans Koster) Over de beelden op de zijaltaren. Links boven het Franciscusaltaar behalve een beeld van de Heilige Franciscus (afkomstig uit de oude schuilkerk) beelden van de heiligen Didacus en Paschalis Baylon Didacus of liever Diego, misschien Diaz werd rond 1400 in een
arm gezin in San Nicolas del Puerto in Andalusië, Spanje geboren.
Zijn ouders brachten de jongen bij het klooster waar zijn verlangen om
zijn leven aan God te wijden zo groeide, dat hij lekenbroeder bij
de Franciscanen werd. Rond 1440 stuurde zijn overste hem naar de Canarische
eilanden, dat volgens mijn internetbron toentertijd nog bewoond werden
door woeste heidenen. Dat schrikte broeder Diego niet af, integendeel
hij zag zich zelf daar al als martelaar de hemelse zaligheid bereiken.
Maar de hemel had een ander lot voor hem in petto. Na enkele jaren
gardiaan (overste) van het Franciscanerklooster van Fortaventura te zijn
geweest, werd hij in 1450 naar Rome geroepen. Daar maakte hij zich meer
dan verdienstelijk als ziekenbroeder in een klooster. Een epidemie die
huis hield onder zijn medebroeders werd door God's wonderen van zijn hand
- de zieken bekruiste hij met een crucifix (ook op het altaar hier
staat hij zo afgebeeld)- tot staan gebracht. Weer in Alcalá in Spanje
terug was zijn roem al zo gestegen dat bij zijn dood daar op 12 november
1463 zijn lichaam pas na een paar maanden begraven kon worden, zoveel
gelovigen waren toegestroomd om hem de laatste eer te bewijzen. In 1588
werd hij heilig verklaard. Behalve als Sint Didacus (zijn Latijnse naam)
kunt u hem ook tegenkomen als San Diego de Alcalá de Henares
Rechts boven het Antoniusaltaar behalve een beeld van de Heilige Antonius
(afkomstig uit de oude schuilkerk) beelden van de heiligen
Lodewijk van Toulouse en Bonaventura De ‘nieuwe' kleuren van de kerk De karakteristieke voorzijde van de kerk heeft met de grote opknapbeurt van 2006 een nieuwe kleur gekregen. Van een roomwit geheel is er nu, naar een idee van de architect van het Bisdom van Haarlem, met een gelere kleur afgezet tegen loodgrijs meer contrast en diepte in de voorgevel gecreëerd. Dit is gedaan om de historische kleuren van resp. zandsteen en hardsteen, waarmee de kerk in 1840 gebouwd is meer naar voren te laten komen. In later jaren werd de aangetaste natuursteen overgeschilderd, aanvankelijk in originele kleuren, maar later dus in één en dezelfde lichte kleur. Dat is nu hersteld.Na verfonderzoek door een extern deskundige en een procedure voor goedkeuring door de gemeentelijke welstandscommissie is hiertoe besloten. Alleen het aanvankelijk loodgrijs geschilderde Christusbeeld, dat van een lichte steensoort gemaakt is, leek aanvankelijk aan die logica ontsnapt. Maar omdat het beeld haast wegviel tegen de achtergrond van grijze lei, heeft het Mozeshuis alle moeite gedaan om dat te veranderen: Geen gezicht! Gelukkig is er op het laatste moment alsnog toestemming voor een lichtere kleur verkregen en die is door Harry Udo en Mike de Veer, personeelsleden van het Mozeshuis, zelf aangebracht. Op 12 januari 2007 is de opknapbeurt die ook bestond uit reparatie van de houten dakconstructie, gedeeltelijke vernieuwing van dakbedekking en goten en een uitgebreide operatie om de duiven te weren, met een feestelijke bijeenkomst gevierd. Een kathedraal voor Amsterdam
de
voorgeschiedenis van de Mozes en Aäronkerk aan het Waterlooplein
een
boekje geschreven door Thomas van der Dunk. ISBN 90.5730.226.8
Prijs: € 13,50 verkrijgbaar in de boekhandel.
Wie weet meer over de Mozes & Aäronkerk? Het is maar een voorbeeld. Mevrouw Pauline Kooreman-Maassen stuurde ons een e-mail met een vraag over haar grootvader François Phlippeau. Hij was getrouwd met Pauline Jong, was vermoedelijk bankier, heeft in Nederlands Oost Indië gewoond, waar ze zes kinderen kregen en was rond 1900 voorzanger in de Mozes & Aäronkerk en later opera-zanger. Ze wil graag weten wanneer hij geboren is, wanneer getrouwd etc. Nu wisten wij dat ook niet en zoals altijd verwijzen bij deze vragen naar het Gemeente-archief van Amsterdam waar ook het archief van de kerk ligt.(archief nummer 688) Toch bij Phlippeau ging er een lichtje branden. Want op pagina 208 van Van Schuilkerk tot Zuilkerk (Van Heel en Knipping) het in 1941 verschenen boek over de historie van de Mozes en Aäronkerk staat iets over C.F. (Karel Frans) Phlippeau, een Amsterdamse schilder die in 1851 pater Arnoldus van Giessen, de bouwpastoor van de huidige kerk portretteerde. Het plaatje daarvan staat op pagina 219. Zou dat familie zijn? Misschien een puzzelstukje erbij. Daar hebben we nog geen antwoord op, maar wat niet is kan komen.We kwamen al wel in contact met iemand die een boek over operagezelschappen heeft geschreven en inderdaad François Phlippeau als zanger kende. Een troffel zonder stenen En we kwamen in e-mailcontact met de heer Stoffels uit Best, die verschillende Phlippeaus kende, en tegelijkertijd met de (voor ons) opzienbare mededeling kwam dat de zilveren troffel waarmee op 17 november 1837 de eerste steen van de kerk en op 26 oktober 1841 een herdenkingssteen bij de consecratie van de kerk, was gemetseld zich in zijn familiebezit bevindt. Een voorvader van hem had tweemaal als metselaar opgetreden voor de hoogwaardigheidsbekleders. Hij stuurde ons onderstaand plaatje. De troffel met inscriptie in het Latijn is er dus, maar waar zijn die herdenkingsstenen? We weten zelfs niet waar we ze in de huidige kerk moeten zoeken. Ook hier dus : wie weet meer?
En dan dat ijzeren hek van de kerk, niet het huidige dat na de restauratie in 1990 is geplaatst, maar het hek dat daarvoor stond en waarschijnlijk tussen 1900 en 1955 is aangebracht. De heer Klunder uit Delft wil graag weten wie dat gemaakt heeft. In zijn familie gaat de naam van Drok's Smederij en Constructiebedrijf of ook A. Drok & Zn Haardenfabriek (Gildstraat 38-40 te Utrecht) rond. Maar (door Joke van Wittmarschen, oud-medewerker van het Mozeshuis) werd ook de firma Van Wittmarschen uit de Nieuwmarktbuurt vlakbij de Mozes & Aäronkerk genoemd. Die optie werd kracht bijgezet door een mailtje (mei 2009) van de heer Theo van Wittmarschen (84) uit Oldenzaal. Zijn grootvader was de stichter van deze smederij aan de Kromboomsloot. Diens zonen Dorus (Theodorus Hendrikus) en Gerard namen die over. Maar in de crisisjaren 1914-1918 was er te weinig te verdienen voor twee gezinnen en 'ging oom Dorus alleen verder'. Hij werkte veel voor de Gemeente aan transformatorhuisjes en maakte ook hekken. De heer Van Wittmarschen kwam als jongen regelmatig in de smederij van zijn oom. Hij schrijft ook dat kinderen van zijn oom (dat waren er zeven) in de Mozes & Aäronkerk getrouwd zijn en hun kinderen zijn er gedoopt. Dus dat ooit de opdracht voor een nieuw hek aan parochiaan Van Wittmarschen is gegund lijkt niet zo vreemd. Maar is het zo gegaan en wanneer is dat hek geplaatst? Dat weten we nog niet. Wie verschaft zekerheid in deze kwestie? En die prachtige preekstoel met scènes uit het leven van Franciscus volgens Van Schuilkerk tot Zuilkerk afkomstig uit het atelier van De Cuyper uit Antwerpen, gemaakt in 1850 voor f 5000,--. Mevrouw Hanneke Thuis mailde ons dat haar moeder (85) als kind door haar moeder en oma naar de Mozes & Aäronkerk werd meegenomen en dan op de preekstoel werd gewezen met de woorden: "Kind, die heeft jouw overgrootvader gemaakt." Opoe wist dit heel zeker. Zij was in 1859 geboren in Amsterdam en haar vader had dit haar zo verteld. Die overgrootvader was Victor Pierre Guillaume Trousset afkomstig uit Frankrijk. Maar wie was dat nu precies? Werkte deze Trousset voor het atelier De Cuyper? Ook een interessante vraag waarbij we benieuwd zijn naar het antwoord. De doop- en biechtkapel
Inhuldigingsmedaille
Gezocht: foto's koor Zelus pro
Domo Dei Zij schreef reeds in het blad Trajecta, Religie, cultuur en samenleving in de Nederlanden 2008, 17e jaargang no 3 het artikel Muziek, religie en katholieke identiteit. Visies op katholieke kerkmuziek in Nederland 1850 - 1867. Hierin komt de kwestie van het verbod van het Provinciaal Concilie van 1865 op orkesten in de kerk en vrouwen in het koor uitgebreid aan de orde met als belangrijkste voorbeeld (en slachtoffer) Zelus Pro Domo Dei van de Mozes & Aäronkerk. Zeer de moeite waard ! Voor het blad zie www.kdc.ru.nl/trajecta (10-08-09) Daarom, wie interessante zaken rond de kerk weet, die op deze site zouden moeten staan, of vragen heeft die we via deze site kunnen doorgeven. Aarzel niet. We zijn er gek op onze historische kennis (en die van u als bezoeker van deze pagina) uit te breiden. Reacties graag naar mozeshuis@mozeshuis.nl Verdwenen portret duikt op in Australië Begin maart 2005 kregen we uit Frankrijk het e-mailbericht dat het in 1771 door de 18e eeuwse schilder Jean Baptiste Perronneau geschilderde portret van pater Petrus Woortman in het museum van Melbourne is te bewonderen. In het boek Van Schuilkerk tot Zuilkerk uit 1941over de geschiedenis van de kerk wordt nog triest geconstateerd dat het portret op noodlottige wijze in 1913 in de Haagse kunsthandel is beland en daarna in Engels privaat bezit, zonder nadere aanduiding. De paters hier hadden het eerst nog even laten naschilderen, maar volgens de auteurs Van Heel en Knipping was dat maar een zielige kopie. Die staat in het boek en wordt nu in het museum van Weert bewaard. Dus voor wie nog eens in Melbourne in het Victoria Museum komt.... Doe hem de groeten en laat het ons weten. Die Parijse Perronneau was overigens geen misselijk schilder - in het Louvre hangen ook twee werken van hem. Maar hoezeer hij nu gewaardeerd wordt, hij is wel van de armen begraven. Ergens in Amsterdam. Muziek uit de Mozes De Koninklijke Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst, die verschillende
Toonkunstkoren in den lande onder zijn hoede heeft, bestond in 2004 175
jaar. Ter ere daarvan vond er op 13 november 2004 een concert in Den Haag
plaats. Op het programma stond o.a. de Mis in As groot van Johannes
Bernardus van Bree (1801-1857), dirigent van Toonkunst, die heel lang
niet meer is uitgevoerd. Een vergeten meesterwerk ? Nee, hoor, daar
ging bij ons toch een lampje branden. Was deze Van Bree (bekend van zijn
Allegro
voor vier strijkkwartetten) niet ook de dirigent van koor en orkest
Zelus
pro Domo Dei, het fameuze koor van de Mozes & Aäronkerk? Van
Schuilkerk tot Zuilkerk, het boek uit 1941 over de geschiedenis van de
kerk, vermeldt inderdaad dat hij zijn Mis in As hier verschillende
keren heeft uitgevoerd. Ook schreef hij een speciale mis bij de inwijding
van de kerk in 1841. Veel van wat in vroeger eeuwen hier (het koor en orkest
Zelus Pro Domo Dei werd in 1689 opgericht) is uitgevoerd, is
als bladmuziek nog aanwezig in de Mozes en Aäron collectie
van de Toonkunstbibliotheek die in mei 2005 50 jaar bestond. Deze
collectie is inmiddels ontsloten en er bestaan plannen hier ook een publicatie
aan te wijden. Ook aan 'historische concerten' uit de Toonkunstbibliotheek,
dus uitgevoerd op de historische locatie wordt gedacht. Op
16 juni 2006 vertelde musicoloog Simon Groot, blibliothecaris van
de wetenschappelijke afdeling er in de Zomerschool meer over.
Neemt u vast een kijkje op hun website www.toonkunst-bibliotheek.nl
Het Mozeshuis is lid van de Vereniging van Beheerders van Monumentale
Kerkgebouwen. Wilt u daarover meer weten en contact leggen met andere
monumentale kerkgebouwen in Nederland klik dan hier op VBMK
|